December 2009
Nieuwsbrief stichting Help helpen december 2009
In 2005 reisde Rob van Hoorn, de vertegenwoordiger van Wies in Nederland, voor de laatste keer naar Ghana. Na een afwezigheid van vier jaar was hij benieuwd naar de vorderingen van dit West-Afrikaanse land. Ook wilde hij graag een aantal projecten van Wies met eigen ogen bekijken. Twee maanden geleden stapte hij in het vliegtuig. Een verslag van zijn bevindingen treft u hieronder aan.
Het eerste wat me opviel toen ik door de straten van de hoofdstad Accra reed, was de toegenomen verkeersdrukte. Of zeg maar liever verkeerschaos. Volgens schattingen woont bijna een kwart van de 22 miljoen Ghanezen in Accra en hun aantal neemt nog steeds toe. Omdat de infrastructuur achterblijft bij de groei van de stad staat de automobilist van 's mor- gens vroeg tot 's avonds laat in de file. Vrezend voor onbeheersbare situaties probeert de Ghaneze overheid met buitenlandse hulp (lees Chinezen) het wegennet in razend tempo uit te breiden. Omdat de ruimte hiervoor vaak ontbreekt, maken bulldozers dagelijks tientallen, meestal illegaal gebouwde, huizen en winkelstalletjes met de grond gelijk. Maar niet alleen Accra, ook het Hohoe-district, waar Wies woont, kent zijn verkeersproble- men. Vijf jaar geleden werden hier de hoofdwegen volledig vernieuwd en geasfalteerd. Momenteel zitten ze al weer vol kuilen en gaten. Een positieve ontwikkeling van de laatste tijd is de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Bijna elk dorp, hoe afgelegen ook, heeft de beschikking over stroom. Hierbij moet worden opge- merkt dat nog lang niet iedereen elektriciteit kan betalen en dat de stroom met name op het platteland regelmatig uitvalt. In de maand dat ik bij Wies in haar woonplaats Golokuati verbleef, gebeurde dat gemiddeld eens in de twee dagen. De onderbreking duurde soms een paar minuten, maar ook wel eens een halve dag. Van Wies hoorde ik bovendien dat er af en toe teveel spanning op het net staat. Daardoor moest Wies in 2009, ondanks het gebruik van een "stabilizer" diverse apparaten, waaronder een computer, weggooien. En de schade? Die wordt door de elektriciteitsmaatschappij niet vergoed. Vier jaar geleden deed de mobiele telefoon aarzelend zijn intrede op het Ghaneze platteland. Zo nu en dan zagje iemand op straat zo'n toestelletje gebruiken, maar vandaag de dag loopt bijna iedereen mobiel te bellen. Sinds kort is voor Hohoe en omgeving een particuliere vuilnisophaaldienst in het leven ge- roepen. Onder de naam zoom-lions halen dagelijks tientallen mannen en vrouwen in opval- lende overalls huisvuil op bij gezinnen die een dergelijke vorm van dienstverlening kunnen betalen.
In 2007 is Ghana overgestapt op een nieuw geldstelsel. Dit betekende dat 10.000 oude cedies konden worden ingewisseld voor 1 nieuwe. De invoering van de euro (1 euro is ongeveer 2 cedies) ligt nog niet zover achter ons, dus u kunt zich de gevolgen voorstellen. Alle producten werden meteen fors duurder. Een voorbeeld: in 2007 kostte een zakje drinkwater 200 oude cedies. Ditzelfde zakje kost nu 5 peswa's, oftewel 500 oude cedies. Muntjes van 1 peswa bestaan niet. Het goedkoopste betaalmiddel is een 5 peswa-munt. Dergelijke maatregelen pak- ken met name voor de armsten onder de bevolking van de Volta Regio zeer nadelig uit. Ondanks deze tegenvallers zie je her en der in de wat grotere plaatsen, waaronder Golokuati, winkels verrijzen met een breder assortiment dan enkele jaren terug. Langzaam maar zeker ontstaat in deze streken een soort middenklasse. Niet alle veranderingen kun je uit het straatbeeld opmaken. Zo vertelde Wies mij dat Ghana sinds begin 2008 een National Health Service kent. Tegen betaling van 12 cedies (6 euro) per jaar hebben Ghanezen gratis toegang tot medische hulp. Bepaalde medicijnen en operaties zijn daar nog niet bij inbegrepen.
De Ghaneze overheid onderkent steeds meer het economisch belang van de landbouw. Om de productiviteit in deze sector te vergroten, stelt de regering sinds enkele jaren boeren in de gelegenheid trainingen te volgen. Ronden zij de cursus met succes af, dan komen de land- bouwers in aanmerking voor een lening, gift of combinatie hiervan. Met dit geld kunnen zij hun activiteiten uitbreiden. Deze steun betekent een grote vooruitgang in vergelijking met tien jaar geleden. In 1999 begon Wies met de intensieve begeleiding van boer Evans uit Golokuati. Zijn verhaal loopt als een rode draad door de nieuwsbrieven die tot op heden zijn uitgekomen. Evans was één van die vele arme keuterboertjes, die uitsluitend produceren voor eigen behoefte. De man viel op door zijn keiharde werken, zijn toewijding en de wil om vooruit te komen. Het loon dat hij met zijn zware arbeid verdiende, was niet meer dan 1 dollar per dag. Wies spoorde hem aan om meer land in gebruik te nemen en behalve yams en cassaves ook mais, okro's en garden eggs te gaan verbouwen voor locale en regionale markten. Met financiële steun van Wies, maar zonder te kunnen terugvallen op overheidsinstanties, ging Evans aan de slag. Omdat hij zich letterlijk op nieuw terrein begaf, maakte hij in het begin veel fouten. Met vallen en opstaan en het overwinnen van de nodige tegenslagen wist hij in tien jaar tijd zijn plantage uit te breiden van een halve hectare naar vijf hectare.
Ik ken Evans al een tijdje en tijdens mijn verblijf in Golokuati kwam hij me opzoeken. Glimmend van trots vertelde hij dat hij recentelijk zijn laatste lening aan Wies had afbetaald en sindsdien financieel op eigen benen staat. Hij heeft vijf jongemannen in dienst die tijdens het werk worden opgeleid. Na een paar jaar krijgen zij de kans voor zichzelf te beginnen. Zijn vrouw verkoopt met enkele andere vrouwen de landbouwproducten op locale markten. Evans en zijn echtgenote verdienen momenteel meer dan voldoende om de studie van hun vier kinderen te kunnen betalen. Eén van hen is de beste van zijn middelbare schoolklas en gaat in 2010 naar de universiteit.Ik moet erkennen dat ik in het begin zeer kritisch tegenover dit "experiment" stond. Ik vond de risico's erg groot en had al diverse landbouwprojecten zien mislukken. Maar Wies bleef in deze man geloven en heeft hem in moeilijke tijden haar steun niet onthouden. Zijn succes mag gerust voor een deel op haar naam worden geschreven. Het ziet ernaar uit dat dit stugge doorzetten vruchten gaat afwerpen. Eén van Evans leerlingen is Mawuli. In navolging van zijn voorrnalige baas verbouwt ook hij met succes mais, garden eggs en okro's op 4 hectare land. Bovendien bezit hij een lapje grond van 2.000 vierkante meter waarop hij pepers teelt voor de export. De omzet van dit relatief kleine veldje is 3.600 cedies (1.800 euro) per jaar en biedt gedurende tien dagen werk aan 20 vrouwen. Mawuli wil zijn veldje met 6.000 vierkante meter uitbreiden en ook in het droge seizoen pepers gaan verbouwen. De Dodzi-coöperatie van Wies heeft hem hiervoor een lening van 2.100 euro gegeven.
In de vorige nieuwsbrief is aandacht besteed aan de Agbeko vrouwengroep uit Kowu. Zij bestaat uit 30 personen: 26 vrouwen en 4 mannen. Twee jaar geleden zijn zij met financiële steun van de Ghaneze overheid mais gaan verbouwen en cassaves voor de productie van cassavemeel en -deeg. Om dit veelbelovende project rendabel te maken was een extra inves- tering nodig van 15.400 cedies. Momenteel is dat circa 7.700 euro. Dodzi heeft dit bedrag als lening aan de groep beschikbaar gesteld. Ik heb deze mensen, hun akkers en fabriekje bezocht en ze aan het werk gezien. Ze zijn bij- zonder gemotiveerd, denken vooruit en zijn vastbesloten hun regionale voorbeeldfunctie waar te maken. De komende twee jaar wordt dit project begeleid door Tanja Chang, een jonge Amerikaanse vrouw van Koreaanse afkomst. Ik heb ook met Tanja kennis gemaakt. Zij heeft een marke- tingstudie gevolgd is als lid van het Peace Corps door haar vaderland naar Ghana gezonden. e~ Mensen als Evans, Mawuli en deze Agbeko-groep maken hun omgeving duidelijk dat met de juiste instelling, de nodige vakkennis en (overheid)steun wel degelijk een behoorlijke boter- ham in de landbouw verdiend kan worden. Hopelijk krijgt hun voorbeeld navolging bij jonge landgenoten. Het is vreemd dat er grote werkloosheid heerst onder de jeugd in de Volta Regio, dat Ghana voedsel moet importeren en dat er tegelijkertijd ongelooflijk veel vruchtbaar land braak ligt. Met zo'n potentieel hoeft eigenlijk niemand in Ghana werkloos te zijn en kan de voedselproductie aanzienlijk worden opgevoerd. Hier ligt een grote uitdaging voor de toe- komst. In december, het begin van het droge seizoen, halen de landbouwers in Ghana hun oogst van de velden. Doordat er ineens veel gewassen op de markt komen, staan de prijzen enkele maanden onder druk. De meeste boeren hebben sinds de vorige oogst geen geld verdiend en beschikken in de regel niet over opslagfaciliteiten. Zij zien zich genoodzaakt hun producten direct van de hand te doen tegen onaantrekkelijke prijzen. De Dodzi-coöperatie gaat dit jaar voor het eerst een deel van de mais en rijst van de bij haar aangesloten leden opkopen. Dodzi zorgt voor de opslag en verkoop in de periode maart-mei. De winst die daarmee wordt behaald vloeit, na aftrek van gemaakte kosten, terug naar de leden. Met dit initiatief wil de coöperatie een bijdrage leveren aan verbetering van hun inkom- sten. Aan één van de hoofdwegen in Golokuati ligt een plein van ongeveer 30 bij 30 meter. De voorkant was tot voor kort open en aan de drie andere zijden staan huisjes en kleine werk- plaatsen, waaronder het voedselverwerkende fabriekje van Dodzi. Dit plein wordt twee keer per jaar gebruikt voor een groot feest, waaraan de hele regio deelneemt. Wanneer Wies dit jaar van vakantie naar Golokuati terugkeert, ziet ze tot haar verbazing dat er vier manshoge muren rond het plein zijn gemetseld. De wanden staan ongeveer 60 centi- meter van de aanwezige bebouwing af. De werkplaatsen, waaronder die van Dodzi, zijn bijna onbereikbaar geworden. "De gemeenschap" zou het plein willen gebruiken als sociaal cen- trum. Een vergunning is er niet voor afgegeven. Uiteindelijk komt Wies er achter dat drie inwoners voor eigen gewin en met steun van een Amerikaanse NGO dit centrum lieten optrekken. De bevolking is tegen, maar niemand komt in actie. Wies staat machteloos. Het fabriekje van Dodzi zag zijn omzet in korte tijd met meer dan de helft dalen. Hierop is besloten de activiteiten te verplaatsen naar het dorp Korlenu. Met deze verhuizing is voor Golokuati een stukje werkgelegenheid en een met name voor vrouwen belangrijke voor- ziening verloren gegaan. Kortzichtigheid, gebrek aan visie en leiderschap binnen een gemeenschap maken het werk van Wies er bij tijd en wijle niet gemakkelijker op. Gelukkig gaan er ook veel dingen goed en kan ik deze nieuwsbrief positief afsluiten. In december zijn de middelbare scholen in Kukurantumi en Likpe Bala afgebouwd. De middel- bare school in Golokuati is verleden maand aangesloten op het elektriciteitsnet. De vele leer- lingen die thuis geen verlichting hebben kunnen hun huiswerk nu 's avonds op school maken. Voor 2010 staat onder meer de bouw van een consultatiebureau/kraamkliniek in Gbodome op het verlanglijstje van Wies, alsmede een drinkwaterproject voor de inwoners van het dorp Alavanyo. Hierover meer in de volgende nieuwsbrief.